Wild.

Nu we met z’n allen gaan thuisblijven deze zomer (jij niet dan?), wil ik jullie toch even jaloers maken met de dieren die ik de afgelopen weken op mijn wandelingen in het wild ben tegengekomen.  Als dat iets is waar jij jaloers van wordt natuurlijk, dat hangt van jou af. Ik vind het alleszins geweldig om dieren in het wild tegen te komen: spannend en avontuurlijk en ongelofelijk mooi.  Het is altijd onverwacht en het moment is alweer voorbij voordat je het je goed realiseert. Een foto nemen lukt dus bijna nooit en ik moet het achteraf doen met een beeld op mijn netvlies dat ik nauwelijks kan bevatten.

            Eerst en vooral zie je tijdens het wandelen in de natuur veel, kleine en grote, vogels. Ik ken die niet bij naam. Ik heb veel bewondering voor echte vogelspotters die zelfs aan de zang alleen weten met welk vogeltje ze te maken hebben. Dat kan ik niet en ik bezit ook niet voldoende motivatie om me erin te verdiepen. Doe me dus vooral geen vogelgids cadeau bij m’n volgende verjaardag. Ik hoef de naam van de vogel helemaal niet te weten om ervan te kunnen genieten. Ik vind het vrolijke gekwetter en getsjiftsjaf en gefladder gewoon heerlijk om te horen en te zien in de vrije natuur en ik krijg stilaan echt meer oog voor het gegeven dat niet elk klein vogeltje dat ik ‘spot’ een gewone mus is. Dat inzicht maakt me al gelukkig.

            Maar goed, vogels spotten zonder de naam te weten, dan kan waarschijnlijk iedereen. Vandaag echter, zag ik een eekhoorn de weg over rennen. Ik vond m’n wandeling daardoor al meer dan geslaagd op het vlak van wildspotterij, toen ik ergens uit een bocht kwam op een veldweggetje en er plots een fazant voor mij op het pad zat.  Het was een mannetje, met het roestbruine verenkleed en een groen-met-rode kop (dan ken ik de naam wel: het was een overduidelijke fazant). Ik heb al afleveringen van De Columbus gezien waar de reizigers enthousiast worden van het spotten van fazanten middenin de prairie van pakweg Kroatië, maar dat ik dat ook kon, op wandelafstand van mijn huis, was een enorme opkikker.

            Twee nieuwe dieren voor m’n lijstje vandaag dus, terwijl ik er niet echt op gehoopt had opnieuw iets tegen te komen omdat ik de afgelopen weken al enorm veel geluk had gehad: een paar weken terug schoot er een hazelworm voor mij uit (net een slangetje, best schrikken, ik heb achteraf een hulplijn moeten inschakelen om samen op te zoeken wat het was). Een tijd daarna spotte ik een ree die amper 20 meter voor mij op het pad stond (op een bewegwijzerde wandeling van een zevental kilometer door het bos, maar die ree stond plots voor mij toen ik nog geen halve kilometer van die wandeling had afgelegd). Een paar dagen later kwam ik een vos tegen, die duidelijk ook niet verwacht had dat ik daar zou langskomen en zich snel uit de voeten maakte een maïsveld in.  Vlak daarvoor had ik op diezelfde wandeling ook een kleurrijke papegaai tussen de bomen zien rondfladderen, maar dat zal wellicht een ontsnapt huisdier uit de buurt geweest zijn.            

Om maar te zeggen: het lijkt wel goed te zitten met die zich herstellende biodiversiteit dicht bij huis. Dat is prachtig.  Ik geniet er met volle teugen van. De kunst zit hem in het alleen gaan wandelen, in stilte, in de machtige bossen die jouw streek rijk is, en de ogen en oren goed open te houden.  Hoe meer dieren ik zie, hoe trotser ik daarop ben, maar hoe meer schrik ik ook krijg om hier in Bosland ook die wolfsroedel – a.k.a. De Bosland Daltons – een keer tegen de pels te lopen.  Dat hoeft voor mij nu niet meteen. Er zijn grenzen aan mijn drang naar avontuur.  Maar moest het toch zover komen, en ik overleef het, dan lees je er hier zeker meer over.

Geplaatst in niet schudden, wel erg lief | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Pandemie. Creativiteit. Verhaaltjes.

Ik heb de vraag gekregen waarom ik hier niks schrijf. Let wel: die vraag was helemaal niet aggressief ofzo, eerder ‘verwachtingsvol’, wat ik opmerkelijk vond. Wel, ik heb gewoon niet zo veel toe te voegen, heb ik het gevoel, aan heel deze ‘situatie’.

Wat ik wel heb, ook al voelt het nogal kwetsbaar om dat hier zo neer te pennen, is wat meer tijd. Dat voelt heel fijn. Die tijd wil ik eigenlijk graag besteden aan iets schrijven. Ik kan me voorstellen dat dat ook fijn zou voelen. Toch schrijf ik niet of toch niet zo veel of doorgedreven als mijn hoofd zou willen. Ik ben dan ook meer dan mijn hoofd (hahaha, lol).

Op veel plaatsen hoor en lees je dat tijden als deze de creativiteit boosten. Bij mij … ik weet het niet … precies niet zo.

Ik heb wel al meer gelezen. Da’s een gemakkelijker manier om de vrijgekomen tijd aangenaam te vullen (en je wordt er ook nog slimmer van, toch? Dat is pas een goeie incentive voor meer lezen dan gewoonlijk tijdens een pandemie).

Ik ben ook veel met de kinderen bezig, die nu hele dagen tijd hebben om aan mijn mouw te trekken. Na me daar het eerste weekend van de maatregelen mateloos zorgen over gemaakt te hebben, over hun gemouwtrek en geroep om aandacht, heb ik besloten dat het misschien gewoon goed is ze ook veel meer aandacht te geven. Die beslissing is een goeie ‘hack’ geweest. Het valt allemaal een stuk beter mee dan verwacht. Dat zal vast veel te maken hebben met hoe ik erin sta. En ook met het mooie weer.

Dat alles neemt niet weg dat ik echt zou willen schrijven. Het is ook geen excuus om het niet te hoeven doen. Dus ga ik er werk van maken. Het is verre van zeker dat mijn schrijfsels blogposts zullen zijn. Eigenlijk heb ik nu meer zin in kleine verhaaltjes. Misschien worden het verhaaltjes om ’s avonds aan de kinderen voor te lezen. Misschien worden het verhaaltjes in een heel ander genre dat helemaal niet geschikt is voor kleuteroortjes.

Dat het hier nu staat, maakt mijn schrijfvoornemen iets gewichtiger. Ik hou jullie op de hoogte. Of misschien ook niet. Willen jullie het weten? Laat gerust iets achter in de comments.

Geplaatst in idee | Een reactie plaatsen

#gedichtendag

Ter ere van gedichtendag
lees ik vanavond
bundels van Bart Moeyaert
en Herman De Coninck
in plaats van E.L.James

Want net zo goed, neen,
zelfs veel beter,
zijn des dichters’
zinnen prikkelend

Ik lees ze gretig
met bonzend hart
proef zout op mijn onderlip
en krijg goesting

om te dichten.

Geplaatst in idee | Een reactie plaatsen

Rustig aan

Toen was het 25 januari 2020. De eerste maand van dit bijzondere, ronde jaar behoort alweer bijna tot het verleden. Ik gebruikte die eerste 25 dagen, onder andere, om rustig aan te reflecteren. Daar waren meerdere redenen voor. Exact een jaar geleden ging het flakkerende vlammetje dat mij iedere dag toch maar aanspoorde om er wéér voor te gaan, om toch nog eens te proberen, om mijn tranen af te vegen en te doen alsof het allemaal wel ging – is zo’n vlammetje jou ook bekend? Wees dan vooral gewaarschuwd … – onherroepelijk uit. Ik moest mijn burn out en jarenlange depressie plots onder ogen komen. Dat was hard. Het afgelopen jaar was hard. Maar ik ben nu zover dat het mij lukt om terug te kijken en om fier te zijn op hoeveel er in mij – en als gevolgd daarvan ook rond mij – veranderd is, ten goede. Een verschrikkelijk cliché, maar: achteraf gezien was het de moeite waard. Hoe bang ik ook ben geweest vooraf: het bleek uiteindelijk minder moeilijk om toe te geven dat het niét ging dan het jarenlang is geweest om te doen alsof het wel goed zou komen.

Daarnaast was er de stimulans van de goede-voornemens-gekte die bij iedere jaarwisseling de kop op steekt. Zo maakte ik een lijstje met “20 voornemens voor 2020”. Dat was blijkbaar een ‘ding’ op Instagram en dat zou ik nooit hebben geweten (dat lijkt mij gewoon beter voor mijzelf, niet ‘op Instagram zitten’), ware het niet dat een vriendin-in-real-life mij haar papieren lijstje van 20 voornemens toonde. Dat simpele gebaar zette mij aan om er ook eentje op te stellen. Direct ook een bewijs (als dat nog bewezen moest worden) dat echt menselijk contact, met inbegrip van een tas koffie en een schijfje liefde, zeker zo snel tot iets leidt. Helemaal in sync met voornemen nummertje 6 op de lijst, trouwens.

Het voornemenslijstje. Rechtstreeks uit mijn notitiekrabbelboek.

Toen ik deze lijst opstelde, was ik in stilte en vooral enkel en alleen aan de binnenkant van mijn eigen hoofd al twee weken bezig met nadenken. Dat gedachtenwerk werd gericht en gekneed door het verlangen om ook tot een “woord van het jaar – 2020” te komen. Ook dat schijnt een ‘iets’ te zijn dat jaarlijks terugkomt op Instagram en andere platformen. Wederom: dat zou zomaar aan mij voorbij gegaan zijn, maar mijn favoriete life coach Tiffany Han van de podcast Raise Your Hand Say Yes had het er uitgebreid over in haar wekelijkse podcastuurtjes. Tijdens de eerste twee weken van 2020 wijdde ze zelfs 2 opeenvolgende afleveringen van haar podcast (ep.286 & ep.288, voor als je ze zelf wil gaan beluisteren) aan vragen voor zelfreflectie om via de antwoorden tot jouw woord van het jaar te komen.

<<<Verbonden>>>

Dat is mijn woord voor 2020. Bedoeling is dat het omschrijft hoe je je wil voelen, hoe je wil zijn, wat je verwacht in 2020. Dat woord kan je heel het jaar gebruiken om je wensen, verlangens, acties die je onderneemt aan af te toetsen: dragen ze bij tot dat concept waar je je dit jaar op wil richten? Ik heb getwijfeld of ik – aangezien ik een concept zocht dat al mijn verwachtingen en voornemens (cf. lijst) in zich draagt – het meer tegenwoordige ‘verbinding’ zou moeten kiezen. Ik ben toch voor het perfectum gegaan omdat de gevoelswaarde van ‘verbonden’ reeds de uiteindelijk voltooiing/vervulling van die verwachtingen in zich draagt. Daar is het mij om te doen. Ik voel een zalige rust bij ‘verbonden’. Dat gevoel grenst voor mij ergens aan zelfgenoegzaamheid. Daarmee gebruik ik zelfgenoegzaam in de uiterst positieve zin: zelf – genoeg >> ik voel mij hiermee tevreden/ ik heb hiermee vrede en sta zo in connectie met mezelf. Gevolg is dat wat een ander hierover misschien vindt, dat die ander z’n zaak is. Ook met die ander wil ik mij graag verbonden weten, dat weerspiegelen mijn lijst en mijn woord van 2020 ook heel erg, maar niet ten koste van mezelf. Verbinding met wat mij mij maakt zorgt ervoor dat ik kàn en wil verbinden met anderen, zelfs als die er een andere menig op na houden. Andere meningen zijn mooi, ze verrijken mij, maar ik hoef mij er niet aan te conformeren in een poging iemand anders’ goedkeuring te verdienen als dat schadelijk is voor mijn verbondenheid met mezelf. Diep verbonden met/vertrouwen in mezelf is het eerste doel waaruit al het andere, alle compassie/empathie/verbondenheid met anderen, groeit.

Tot slot, want de tekst wordt precies nogal zwaar op de hand, en dat is de bedoeling eigenlijk niet: mijn woord en mijn lijst van 2020, de podcast en opdrachten van Tiffany en mijn rustige, bedachtzame inzetten van het nieuwe jaar kwamen voor mij allemaal mooi samen toen ik het boek ‘Verlangen naar Verbinding’ van Brené Brown laatst meenam uit de bibliotheek. Wat mij betreft een echte aanrader voor eenieder die a) zich voorgenomen heeft (ook) non-fictie te lezen in 2020, b) worstelt met zichzelf en zijn/haar verhouding tot de wereld, c) even gedacht heeft tijdens het lezen van de vorige paragraaf ‘what the ****???’ en toch de moeite heeft gedaan om verder te lezen. Dank je voor je volharding! (-:

Geplaatst in idee | Een reactie plaatsen

2020 – Oprechte wensen

Ik wens dat ik, dat jij, dat wij
Dat we in elkaar geloven
Ook al zijn ze goed verborgen
Haal hoop en liefde maar terug boven

Praat met die buur, dat kind of die vriend-sinds-jaar-en-dag
Tot je de parels en de passie vindt die je eerder nog niet zag
Misschien ben jij dit jaar degene die zijn huisarts oprecht vraagt
Hoe het met zijn leven gaat
en die hem indien nodig een koekje met een kopje thee aanraadt

Dat het een jaar wordt van steeds zeggen:
Hé, ik zie je, kom eens hier
Er is heus nog niks verloren
De deur naar morgen staat op een kier

Want ik weet dat je je alleen voelt, maar wees gerust,
we zijn minstens al met twee
En als wij erop vertrouwen, als wij vol voor liefde gaan,
Dan zal haat ons niet tegenhouden
Dan doet de rest vanzelf mee.

Geplaatst in idee | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Kidcation #3: een roze donut

We hebben er een weekje camping opzitten. Eigenlijk niet van onze gewoonte, maar het was in de Beekse Bergen en daar kan je dan in een vakantiepark blijven logeren met iedere dag toegang tot het safaripark en nog enkele extra’s. Dat is erg goed meegevallen, echt een aanrader als Kidcation-away-from-home.

Op een van de ochtenden in de ‘campervan’ (zo noemde onze oudste ons stacaravannetje steevast) kwam de jongste mij en m’n zoontje wakker maken. Ze kroop nog even bij mij in bed en verkondigde triomfantelijk “Ik heb gezien er donuts zijn”. Qua ochtendlijke mededeling op nuchtere maag kan dat tellen. Inderdaad, toen ik de dag ervoor na het zwemmen nog even met de oudste in het campingwinkeltje was en er (het was tenslotte avond) geen vers brood voor morgenvroeg meer bleek te zijn, beslisten we om een pakketje gedecoreerde donuts mee te nemen. Op het moment dat hij het bakje met vier donuts uit het winkelrekje nam om in ons mandje te leggen, kondigde hij stellig aan “Oké dan, maar de roze is wel voor mij hé”.

Afhankelijk van hoe vaak jij donuts koopt in een poging kinderhartjes sneller te doen kloppen, zal je weten dat een pakje gedecoreerde fantasiedonuts uit de supermarkt bijna altijd één donut met roze glazuur en witte sprinkels bevat. Mijn kinderen, ook al heb ik 1 jongen en 1 meisje, willen allebei koste wat het kost die roze. Ik vind dat heel straf. Ik was vroeger dan ook zo’n meisje dat letterlijk walgde van alles wat roze was en volgens de commercie aan meisjes diende te worden opgedrongen. Nooit zou ik met mijn kleine zus in discussie zijn gegaan om de roze donut, en al zeker niet als die met chocoladeglazuur ook nog beschikbaar was. Bij mijn kinderen ligt dat dus heel anders.

De kleinste haar aankondiging dat ze gezien had dat er donuts waren voor het ontbijt, maakte de nog soezende oudste in een klap klaarwakker: “Ja maar, ik kreeg de roze. Dat had je beloofd mama!!!” Hopla, een geweldige manier om wakker te worden op een vakantiedagje: om 6:00u ’s morgens met 2 roepende kleuters onderhandelen over de mogelijkheid om de roze donut gewoon te delen (“Nee, nee, nee, je had het beloofd!”) of voor de optie te kiezen waarbij een van de twee de donut met wit glazuur neemt, want die heeft roze sprinkels! Dat laatste vond ik, die de magie van de roze donut duidelijk helemaal niet snapt, echt een aanlokkelijk voorstel. Bij de kinderen duurde het echter toch nog een roepend en tierend kwartier voor de jongste uiteindelijk toegaf en de witte met roze sprinkels vastgreep.

Even wou ik mijn ogen ten hemel slaan en halleluja prevelen, maar toen keek de oudste eens in detail naar ‘zijn’ roze donut. Die bleek, na de verhitte discussie aan wie ze toebehoorde, toch een beetje gehavend uit de strijd gekomen. Het glazuur was een beetje gesmolten en plakkerig. Het was niet meer de prachtige, glimmende, smakelijke koningin der donuts van de avond ervoor. Bijna begon hij daarvoor opnieuw te huilen, tot ik voorstelde dat ik wel met hem wou ruilen: ik de gehavende roze en hij die met chocoladeglazuur waar ik intussen wel al twee happen van had naar binnen gewerkt.

Hij keek me bedachtzaam aan. Toen stopte hij de felbevochten roze donut snel in zijn mond en nam een grote hap. En toen was het heel even rustig en kon ik koffie maken voor bij mijn chocoladen donut. Heerlijk was dat.

Geplaatst in idee, in de soep, Kidcation, niet erg lief | Tags: , , , , | 1 reactie

Kidcation #2: ik verwacht te veel

Zo, de vakantie is nu echt begonnen. Niet meer plannen, dromen, oplijsten … it’s real ladies and gentlemen! En dat heb ik geweten.  De kinderen hadden vorige week vrijdag om 12u al gedaan op school. Om de vakantie extra goed in te zetten, had ik acht (8!) vriendjes van mijn zoontje uitgenodigd om de namiddag samen met ons door te brengen als (laat) verjaardagsfeestje voor zijn vijfde verjaardag.  Het werd een heel leuk feest (met veel dank aan de spontaan aangeboden hulp van een bevriende mama van een van de andere kindjes!). Het feest ging door in de plaatselijke speeltuin, op wandelafstand van de school zodat we daar met heel de bende binnen de 10 minuten na schooltijd aan het feesten waren. We aten hotdogs, deden een waterspelletje, aten fruit en taart. Nou ja, de meeste kinderen aten enkel taart eigenlijk. We bewonderden alle cadeautjes en de kinderen ravotten en speelden erop los. 

Strategisch als ik ben, opende de gemeente ook nog ‘toevallig’ een nieuw speeltuig in die speeltuin midden tijdens ons feestje. De kinderen kregen bellenblazers en mochten een gratis ijsje gaan halen. En dan had ik zelf ook nog snoeptaart voorzien voor mijn feestneuzen, die ze met z’n allen niet meer volledig hebben opgekregen vooraleer het feest ten einde liep (en dat wil wat zeggen) Kortom: dit verjaardagsfeest was een geweldige inzet van de ‘Kidcation’. Ik was ook best fier op mezelf dat het een succes was. Het was zo’n vrijdagmiddag die een mooi orgelpunt zette achter een schooljaar dat mijn kinderen en ik toch weer goed hadden overleefd. Dat beloofde veel goeds voor de vakantie!

Toen we om iets over vijf thuis aankwamen, nog plakkend van alle zoetigheid en met speeltuinzand in onze haren en tussen onze tenen, konden mijn twee bengels weinig anders meer dan uitgeput in de zetel gaan hangen. Ik knipte Ketnet aan en ging de auto uitladen. Toen ik daarmee ongeveer halfweg was en even ging checken, lagen ze beiden languit te snurken in diezelfde zetel.  Het was nog maar halfzes, maar ik kon hen geen ongelijk geven, want ik voelde het zelf ook.  Ze lagen zo diep in slaap dat ik hen maar zonder wassen of omkleden naar hun bedjes gedragen heb en vervolgens zelf in de zetel ben gaan hangen.

Toen moest het eerste echte weekend van de echte grote vakantie dus nog beginnen.  Van die vrijdagmiddag (en bij uitbreiding heel het schooljaar dat daaraan voorafging natuurlijk) waren we stikkapot. Hondsmoe.  Zaterdagochtend was dat – in mijn geval – echt nog niet over.  Bij de kinderen ook niet, maar dat wilden zij uiteraard niet toegeven.  Twee grote koppen koffie later begon ik dus aan een reeks pogingen om ze vrolijk, blij en geëntertaind de dag en het weekend door te krijgen. In mijn gedachten moest dat liefst op zo’n manier dat ik er ondertussen ook nog van kon genieten en zou ik zelfs vlotjes een blogpost kunnen schrijven zolang ik de kindjes maar regelmatig een complimentje maakte over hun eigen creatief bezig-zijn. Tja, jullie zullen het ook al wel voelen aankomen: dat werd dus een epic fail!

Het ligt niet aan hen. Ik geef toe (ik wil eerlijk zijn) dat het grotendeels aan mij ligt. Mijn verwachtigen zijn hoog, héél hoog. De realiteit is altijd een pak minder. Hoewel ik dat eigenlijk wel heel goed weet ondertussen (zelfkennis die me wat jaren gekost heeft, maar die ik intussen dan toch bezit), bouwt mijn frustratie daarover zich toch elke dag razendsnel op van zodra de dag begonnen is.

Mijn grote wens is dat de kinderen gewoon fijn bezig zijn, genieten van samen creatief zijn, vooral geen ruzie maken, oprecht enthousiasme voelen en dit ook tonen. Kortom: dat ze zich content stellen. Dat blijkt dus een volstrekt van-de-pot-gerukt streven. En iedere dag weer denk ik dat het me nu toch wel gaat lukken.

Lekker knutselen, geen gezeur.

Ik heb dan ook dagelijks weer nieuwe, goeie ideeën om mijn opzet te doen slagen (vind ik).  Als ik die ideeën introduceer, vinden de kinderen dat aanvankelijk trouwens meestal ook.  En dan gaan we met veel goede moed aan de slag of aan de speel. Helaas is de pret altijd van heel korte duur en slaat ons aller enthousiasme in no time om in wanhoop en frustratie.

Een paar voorbeeldjes van afgelopen zaterdagochtend (jawel, één enkele ochtend):

  • we zijn nog niet goed en wel begonnen aan een knutselprojectje of de oudste wordt woedend omdat de washi-tape niet blijft plakken op de glanzende zijde van het karton … (dit resulteert in ongeveer 30 minuten pure razernij en  hij is voor geen rede meer vatbaar)
  • eens die crisis eindelijk een beetje overwonnen, willen ze allebei op exact hetzelfde moment die éne lijmstift gebruiken die klaarstaat op tafel (even opmerken dat er in de kast zeker vijf andere liggen te wachten, maar het moet natuurlijk die éne zijn). Hiermee is het knutselproject instant over een uit en moet ik de ruziemakers – in de nabijheid van lijm, tape en kinderknutselschaartjes – uit elkaar halen terwijl ik een nieuw voorstel bedenk dat bij beiden het nodige enthousiasme kweekt om de ruzie te laten voor wat hij is en de focus te verleggen
  • als we dan beginnen aan ons razende waterpistoolgevecht dat episch moet worden (nadat iedereen overhaald is om zwemkledij aan te trekken en de jongste haar bikini na 2 minuten in het ploeterbadje weer heeft uitgetrokken omdat ze toch liever naakt zwemt), staat de kleinste na exact 5 seconden te huilen omdat ze uiteindelijk besloten heeft dat ze toch niet nat wil worden
  • Vervolgens was het ineens toch bijna 12 uur ’s middags en had de oudste hOOOOOOOnger!!! Uiteraard had ik geen eten klaar. Ik had zelfs nog geen plan bedacht in verband met het eten. Ik heb als antwoord dan maar het overschotje van de snoeptaart van de dag daarvoor bovengehaald. Maar dat bracht niet zo heel lang soelaas.

Het hoeft waarschijnlijk niet gezegd, maar: genoten van ons samenzijn had ik tot dan toe nog niet echt. Laat staan dat ik, intussen aan mijn latte nippend, ook nog deze blogpost losjes uit de pols had geschud.  Plots begreep ik dat die ook niet meer voor het weekend zou zijn. Maar nà dit weekend, beste lezer, zouden beide schattebollen ieder op een ander kleuterkampje gaan (weekje georganiseerde activiteitjes, elke dag van 9 tot 16u, zonder overnachting). Daar keek ik reikhalzend naar uit terwijl ik worstjes bakte als zaterdagmiddageten …

Geplaatst in idee | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Kidcation #1: de vakantiebucketlist

Het wordt een echte ‘Kidcation’ deze zomer: 2 maanden vakantie samen met de kinderen (ja, ja, een van die ‘zegeningen’ van een job in het onderwijs). Hoe zalig dat ook klinkt, het zorgt ook wel voor een beetje stress: hoe hou ik ze in godsnaam twee maanden bezig!?

Een goede voorbereiding is echter het halve werk. Dus afgelopen donderdag na schooltijd begon ik eraan samen met de kids: “Zullen we eens allemaal dingen opschrijven die we kunnen doen als het vakantie is?”

Misschien vind jij 20 juni rijkelijk laat om de vakantie in juli en augustus te beginnen invullen (en toegegeven: veel eerder al deed ik inschrijvingen voor verschillende kleuterkampjes en is er ook een vakantie geboekt, in Nederland!). Maar vrij snel in the making of van de bucket list bleek toch dat 10 dagen voor de eigenlijke start van de zomervakantie nog veel te vroeg was voor mijn 3-jarige.

De 5-jarige had duidelijk zelf al langer nagedacht over activiteiten die hij leuk vindt en waar in de vakantie tijd voor is: hij vuurde meteen minstens 10 ideeën af die ik zo snel niet genoteerd kreeg, waardoor ik om herhaling moest vragen en ik de eerste “maar maaaaaamaaaaa …!” *oogrol* al meteen wist te scoren.

De kleinste luisterde eerst even aandachtig mee en kwam toen voorzichtigjes met haar eigen vakantiewensen: “naar de zee gaan”, “vissen vangen”, “zwemmen” (ja, het is een kleine waternimf). Grote broer ging gelukkig helemaal met deze suggesties akkoord en dus kwamen ze op de lijst.

Nu ze allebei de smaak te pakken hadden, duurde het geen 5 minuten of het witte A4-tekenblad dat ik voor deze onderneming had uitgezocht stond boordevol ideeën. En wat frappanter was: het zijn bijna allemaal heel haalbare, betaalbare, weinig speciale dingen of verplaatsingen voor nodig, toffe en creatieve vakantieactiviteiten! Heel anders dan de Plopsa-en-tientallen-andere-parken-bezoekjes die ik een beetje verwacht had toen we aan deze brainstorm begonnen.

De vakantiebucketlist

Hoe gek het ook aanvoelt, eigenlijk willen die kids dus ook gewoon lekker op ’t gemak wat quality-time samen beleven en de concrete inhoud van die tijd hoeft dan zeker niet spectaculair of duur te zijn. Dringend tijd dus om alle stress en gejaagdheid van het schooljaar opzij te schuiven en hen lekker het ritme te laten bepalen. Ze zijn te vertrouwen, zo lijkt.

Of toch niet? Toen ik aankondigde dat dit voorlopig genoeg ideeën waren, dat ons blad al mooi vol stond en dat het bovendien slaaptijd werd, verscheen er een diepe frons bij de 3-jarige. “Maar … wanneer gaan we naar de zeeeeeeeee?” Oeps. Daar had je het gebrek aan besef van tijd en ruimte. Van nu plannen maken en làter (voorlopig nog onbepaald later) pas doen.

“Lieve schat, dat gaan we in de vakantie doen. Nu is het slaaptijd, want morgen moet je weer naar school”.
“Neeeeeeee. Ik wil gaan zwemmen!” Het heeft die avond nog wel wat geduurd voor ze sliep. En ’s morgens wou ze nog altijd gaan zwemmen. En in het weekend ook nog. Toen hebben we het plonsbad maar opgezet buiten.

Geplaatst in idee | Tags: , , | 3 reacties

Opnieuw

Hallo. Hallo daar? Hier ben ik. Ik begin opnieuw.

Het is eigenlijk niet uit te leggen waarmee ik opnieuw begin. En vooral: ik ga het helemaal anders doen dan eerst. Dus: vergeet het oude. Of beter: vergeet het niet, maar klasseer het. Zo ga ik dat doen.  En dan stapje voor stapje verder.

Laat je echter niet om de tuin leiden (de foto hieronder is uit mijn tuin, grappig hé? Ja ik weet het, ik begin opnieuw, maar ik ben in sé nog niks veranderd). Het wordt fantastisch. Echt waar, ik heb een plan en ik geloof erin en ik heb héél veel goesting. Spannend, vind je niet?  Hou de zeker blog in de gaten.

IMG_2570
Geplaatst in eng, idee | Een reactie plaatsen

Er ligt een man in mijn bed

Er ligt een man
in mijn bed
en ik weet niet
of ik hem gedroomd heb

… maar ik denk toch niet dat ik  ‘m gisteren binnenliet
en hoe komt hij anders hier? …

Of droomde hij misschien van mij?
Draaide hij zich nog eens om
en lag hij zo plots naast me,
op zijn plek?

Ach, ik weet niet hoe
en niet waarom
maar ik leg me er bij neer.

Wees welkom en slaap zacht meneer.

Image

Geplaatst in wel erg lief | Tags: | 1 reactie