Feestje

Het leek of de muziek plots stopte, alsof alle aanwezigen op het feest plots plaatsmaakten. Daar stond ze, zomaar ineens, voor zijn neus.
“Hey … ben jij al terug? Ik bedoel …” Hij liep rood aan. Ze zwierde haar haar naar achter en keek hem aan.
“Ja, anders was ik hier nu niet hé.”
“Ja. Natuurlijk. Dat is waar. Sorry. Dus je bent terug.” Hij lachte onwennig. Isabelle zweeg, keek rond op zoek naar andere bekenden. Hij moest snel handelen, iets zinnigs zeggen.
“En euhm hoe was het daar? Je ziet er goed uit, mooi bruin enzo.”
“Ja, het is een warm land hé, Bolivië. Altijd zomer.”
“Ja, dat had ik al wel begrepen van je blog.”
“Ah, je hebt de blog dan toch gevolgd.” Ze vond een pluisje op haar mouw en plukte het weg.
“Ja natuurlijk! Dacht jij van niet dan? Ik wou weten hoe het met je ging.” Haar ogen flitsten fel zijn richting uit, een wrange trek rond haar mond. Ze keek hem staalhard aan. Die ogen van haar waren nog steeds even onaards blauw als vroeger en met haar blik kon ze hem nog steeds compleet vernielen.
“Wat is er?” Hij begreep niet wat hij fout gezegd had.
“Wat er is? Je weet best wel ‘wat er is’”, brieste ze. De ijsblokjes in haar glas tikten wild tegen de randen. Hij zag hoe haar knokkels wit werden.
“Nee, sorry, nee, ik weet het niet.” Hij had het gevoel aangeklaagd te worden voor een vreselijk misdrijf dat hij niet had gepleegd. Hij bleef recht in haar koele ogen kijken en merkte niet dat zijn mond een beetje was blijven openhangen van verbijstering.
Als een wervelstorm probeerde zijn brein een touw aan haar woede vast te knopen. Wat had hij misdaan? Zij was toch vertrokken? Hij had haar toch láten gaan? Hij had zich zo begrijpend mogelijk opgesteld, hoewel hij haar eigenlijk had willen smeken om gewoon bij hem te blijven. Hij had wanhopige plannen gesmeed om haar op te sluiten in zijn kleerkast de avond voor ze zou vertrekken, om haar te dwingen het vliegtuig te missen, waardoor ze alles nog eens opnieuw zou overdenken en dan toch zou inzien dat hij niet zonder haar kon. Maar dat had hij niet gedaan. Hij had zich gedragen als een degelijke jongen. Hij had haar haar uitwisselingsjaar gegund en had zich voorgenomen op haar te wachten. Toen ze weg was, had hij dagenlang niets gegeten. Als niemand het zag, had hij gehuild. Ze had niets meer van zich laten horen en hij had zich getroost met de gedachte dat dit het avontuur was waarnaar ze verlangde, dat ze met prachtige verhalen terug zou komen en dat ze dan misschien opnieuw konden beginnen.
“Hoezo? Je weet het niet?”
De botheid van haar stem boorde zich vlijmscherp in zijn hart. Hij kon geen woord uitbrengen, alle lucht leek uit hem verdwenen.
“Lucas, je hebt me niet eens gemist,” beet ze hem toe.
“Je niet gemist?” Ineens was de lucht terug. “Ik heb niks anders gedaan dan je gemist! Elk uur, elke seconde heb ik jou gemist!” Hij riep het uit. Een scherpe pijn gleed door zijn keel en zijn oren. Al zijn onmacht bouwde zich op in tranen. Hij voelde hoe de mensen zich omdraaiden en naar hen keken. Isabelle rolde met haar ogen.
“Ja, heus, dat zal wel.”
Hij kon zijn tranen niet meer bedwingen. Zijn ogen liepen over en het water druppelde op zijn wangen.
“Isabelle, ik heb elk moment aan jou gedacht, elk moment gehoopt dat je terug zou komen.”
Ze leek zich een beetje te schamen voor zo veel emotionaliteit. Ze keek naar hem, dan beschaamd naar de mensen rondom en dan naar de vloer. Ze kwam wat dichter bij hem staan en siste tussen haar tanden:
“Waarom heb je me niet gemaild dan?”
“Omdat jij mij niet hebt gemaild. Ik dacht dat je dat niet wilde, dat je mij vergeten was.” Hij rilde.
“Ik dacht dat jíj míj vergeten was. Je hebt me heel veel pijn gedaan.” Ze hield haar glas met beide handen vast en keek naar het ijs dat smolt. Er viel een traan in het glas. Een traan van haar. Ze veegde haar neus af aan haar mouw en sloeg haar ogen weer naar hem op. Natte, blauwe ogen. Verwijtend en smekend tegelijk.
Daar stonden ze, midden op een feest, heel dicht bij elkaar, te huilen. Twee snotteraars die elkaar een jaar lang niet gemaild hadden omdat ze op de ander wachtten.
“Ik wou wel,” hij legde zijn handen op haar schouders, “maar ik durfde niet en het duurde langer en langer en toen was het te laat.”
“Ja, ik ook.” Ze zuchtte. Haar mascara liep uit. Ze streek er met haar mouw doorheen en maakte het nog erger. “Ik kwam aan daarginds, na die lange vlucht en er was niet meteen een computer en toen kon ik pas de volgende dag mijn mail checken en er waren berichtjes van mam en pap en van Wout en Elise, maar ik wou vooral iets van jou lezen en van jou was er niets.” Ze snikte.
“Ach liefje, als ik dat had geweten.”
“Dat had je toch kúnnen weten!” Ze klonk weer boos en bitter.
“Maar … ik zat hier steeds mijn mail te checken, echt waar, om de paar minuten. Ik wachtte op een mailtje waarin je zei dat je goed was aangekomen, maar het kwam niet. Na een week hoorde ik Ellen en Maartje op school over je bezig. Ze hadden een mail van je gehad die je naar een hele groep mensen had gestuurd. Ik had niks gekregen. Ik heb gehuild. Ik dacht dat je me wou vergeten, dat het misschien zelfs daarom was dat je koste wat het kost naar het andere eind van de wereld wou verdwijnen.”
De tranen liepen over haar wangen. Hij omhelsde haar. Ze schokte in zijn armen.
“Lucas, ik ben zo moe.” Ook hij voelde zich oneindig moe. Dit feestje was voor hen gedaan.
“Kom liefje, ik breng je naar huis. Ik laat je nooit meer in de steek. Het spijt me. Het spijt me zo.”

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in competitie, in de soep, niet erg lief, verlegen, wel erg lief. Bookmark de permalink .

Een reactie op Feestje

  1. Coren zegt:

    Aww!
    😦
    🙂
    En ergens heel erg herkenbaar!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s